De geestelijke gezondheid van niet-westerse allochtonen in Nederland is slechter dan van autochtone Nederlanders. Dat concluderen Jean-Paul Selten (psychiater en epidemioloog) en zijn collega-onderzoekers. Ze publiceerden erover in Social Psychiatry and Psychiatric Epidemiology en onlangs in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

De wetenschappers vergeleken het risico op psychiatrische behandeling voor een stemmingsstoornis of een psychotische stoornis tussen autochtonen en allochtonen in de stad Utrecht. Ook schatten ze de 1-jaarsprevalentie van psychotische stoornissen bij autochtonen en allochtonen van de eerste generatie. Ze analyseerden gegevens van autochtone Nederlanders met die van Nederlanders van drie niet-westerse migrantengroepen (Turks, Marokkaans, Surinaams) en vier westerse migrantengroepen (België, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië). Het ging daarbij om data uit de periode 2002-2006, afkomstig uit een psychiatrisch casusregister met gegevens over alle ambulante en klinische behandelingen bij psychiatrische instellingen in en om Utrecht.

Verhoogde risico's
Uit de cijfers bleek dat de risico's op behandeling voor een depressie, psychose of bipolaire stoornis bij migranten uit België, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië niet significant verhoogd waren ten opzichte van autochtone Nederlanders. Wél waren er verhoogde risico's voor depressieve en psychotische stoornissen onder de Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders. De enige uitzondering daarop was volgens de onderzoekers het risico op een bipolaire stoornis. Dit was alleen significant verhoogd voor Turkse Nederlanders van de tweede generatie.'

Zowel Turkse, Marokkaanse als Surinaamse Nederlanders werden in de periode 2002-2006 vaker behandeld voor depressieve stoornis dan autochtone Nederlanders. Het risico op behandeling wegens een psychotische stoornis was bij de eerste generatie verhoogd voor Surinaamse Nederlanders (mannen en vrouwen) en Marokkaans- Nederlandse mannen. Voor Turkse, Marokkaanse en Surinaamse Nederlanders van de tweede generatie was het risico 6 tot 9 keer hoger dan voor autochtone leeftijdsgenoten.

In behandeling
De resultaten gelden alleen voor patiënten in psychiatrische behandeling en dus niet voor de algemene bevolking. Er zijn namelijk ook patiënten die niet behandeld worden, bijvoorbeeld omdat ze dat niet willen of omdat uitsluitend de huisarts hen behandelt. Betekenen de verhoogde cijfers uit het onderzoek dan dat er voor niet-westerse migranten een lagere drempel is om in behandeling te komen? Nee, niet voor psychotische stoornissen, menen de onderzoekers. Uit eerder onderzoek bleek dat migranten met een psychotische stoornis later in psychiatrische behandeling komen dan autochtonen, 'mogelijk doordat zij vaker niet-medische verklaringsmodellen hanteren dan autochtonen,' schrijven Selten en collega's. Ook is bekend dat patiënten met onbehandelde ziekten zich vooral in lagere sociale klassen bevinden.

Voor allochtonen met een depressieve stoornis is niet bekend of zij daarvoor vaker naar de huisarts gaan en of ze (bij gelijke ernst van de stoornis) een kleinere of grotere kans hebben om doorverwezen te worden dan autochtone Nederlanders.

Schizofrenie
Deels zijn de bevindingen een bevestiging van eerder onderzoek, deels zijn er grotere risico's gevonden dan al bekend waren. Voor psychotische stoornissen geldt dat de relatieve risico’s voor allochtonen van de tweede generatie nog hoger waren dan bij eerder onderzoek. 'Schrikbarend' noemen de wetenschappers de bevindingen dat de diagnose schizofrenie zoveel voorkomt onder de in Marokko (78%) of Suriname (85%) geboren mannen met een psychotische stoornis. 'Als men bedenkt dat gemiddeld 20% van de behandelde patiënten niet meegeteld kon worden doordat hun geboorteland niet kon worden achterhaald, en dat de cijfers in de algemene bevolking nog veel hoger moeten zijn, aangezien ongeveer de helft van de patiënten helemaal niet in behandeling is, dan zijn deze cijfers schrikbarend. Ze behoren tot de hoogste ooit gerapporteerd in de wereldliteratuur.' Al eerder trok Selten hierover aan de bel.

Conclusie
Op zoek naar verklaringen voor de cijfers schrijven Selten en zijn collega's dat de hoge risico’s op depressie 'ten dele verklaard worden door een verschil in socio-economische positie.' Ze vinden het verder aannemelijk dat sociaal-psychologische factoren als gevolg van migratie de 3- tot 5-voudig verhoogde risico’s voor Turkse migranten verklaren.
De verhoogde risico's op psychotische stoornissen onder niet-westerse allochtonen worden deels verklaard door druggebruik. Dat kan echter niet de enige oorzaak zijn omdat mannen en vrouwen wereldwijd evenveel risico op schizofrenie hebben, terwijl vrouwen veel minder drugs gebruiken. De meeste hypothesen over de verhoogde incidentie benadrukken het ziekmakende effect van bepaalde sociale factoren, zoals de langdurige ervaring van vernedering of sociale uitsluiting. Wonen in een wijk met veel leden van de eigen etnische groep zou een beschermend effect hebben.


Bron: http://www.mikadonet.nl/artikel.php?artikel_id=1528
Arkin Marokko Media Innovatiefonds Zorgverzekeraars Stichting Voorzorg Utrecht Skanfonds