Autisme en aanverwante contactstoornissen zijn te herkennen aan de hand van drie soorten beperkingen.
  • Sociale beperkingen:
         o    Gebrekkig non-verbaal gedrag, zoals geen oogcontact
         o    Moeite om relaties op te bouwen met leeftijdsgenoten
         o    Moeite om spontaan met anderen plezier, bezigheden of prestaties te delen
         o    Geen of weinig emoties tonen en niet openstaan voor anderen, geen inlevingsvermogen
  • Beperkte patronen die zich voortdurend herhalen:
         o    Overdreven belangstelling voor een heel beperkt aantal voorwerpen of onderwerpen
         o    Vastzitten aan gewoontes of rituelen, zoals een vaste volgorde bij het aankleden of een vaste route door de supermarkt. Als de regelmaat plotseling doorbroken 
               wordt, kan iemand een enorme huil- of driftbui krijgen
         o    Vaste bewegingen die zich constant herhalen. Soms is dat een vrij onschuldige 'tic', maar iemand kan ook ongecontroleerd met het hoofd tegen een muur of op
               tafel bonken of de armen als vleugels op en neer bewegen
  • Communicatieproblemen:
         o    Achterstand in de taalontwikkeling. Sommige autisten spreken helemaal niet
         o    Als een autist wel kan spreken, heeft hij moeite om een gesprek te beginnen of te onderhouden. Of hij praat juist onafgebroken, zonder samenhang en zonder naar
               een ander te luisteren
         o    Herhaald of eigenaardig woordgebruik
Arkin Marokko Media Innovatiefonds Zorgverzekeraars Stichting Voorzorg Utrecht Skanfonds