• Breng regelmaat in je dagindeling
  • Neem voldoende rust, maar zorg ook voor genoeg lichaamsbeweging; ga regelmatig wandelen, fietsen of zwemmen
  • Ontspanningsoefeningen kunnen jouw onrust verminderen en kunnen je helpen om beter te slapen
  • Vermijd situaties die spanningen opleveren en pak niet te veel activiteiten tegelijk aan
  • Houd je stemmingen en activiteiten bij, bijvoorbeeld in een schrift. Zo kun je een volgende manische of depressieve periode tijdig signaleren
  • Trek op tijd aan de bel bij je hulpverlener en jouw omgeving als je voelt dat het mis dreigt te gaan
  • Vertel mensen in jouw omgeving die je vertrouwt over jouw aandoening en vraag hun om hulp bij het signaleren van een nieuwe episode
  • Tijdens je normale stemmingen kun je natuurlijk wel bezorgd zijn over jouw aandoening. Kwellende vragen kunnen zijn: wanneer gebeurt het weer, wat doe ik dan allemaal en wie ben ik eigenlijk: de drukke, chaotische en onbesuisde of de
    verlegen, teruggetrokken en neerslachtige? Dit soort vragen hoeven niet direct op een depressieve episode te duiden. Breng ze ter sprake bij je hulpverlener
  • Gebruik geen alcohol of drugs. Deze versterken jouw stemming 
Tips voor de omgeving
  • Schakel tijdig hulp in. Iemand die manisch-depressief is, zal dat zelf namelijk niet snel doen, vooral niet tijdens een manische episode
  • Vertel de huisarts en andere hulpverleners zo goed mogelijk hoe iemand normaal gesproken is
  • Waarschuw iemand in een vroeg stadium wanneer hij weer in een manische of depressieve periode dreigt te komen. Maak met hem of haar én met de behandelaar afspraken over hoe te handelen in zo'n periode
  • Zoek zelf steun als het jou te veel wordt

Arkin Marokko Media Innovatiefonds Zorgverzekeraars Stichting Voorzorg Utrecht Skanfonds